Motie Indische Kwestie aangehouden

DEN HAAG (23 september 2021) – Tijdens de algemene politieke beschouwingen (apb) is ook de Indische Kwestie ter sprake gekomen. De motie van de politieke partij Boer Burger Beweging (BBB), om “te komen tot een finale, allesomvattende, integrale en rechtvaardige regeling voor alle gedupeerden”, werd aangehouden.

Over de motie, die ook mede werd ingediend door de eenmansfractie Bij1, werd daarom niet gestemd. Via Twitter liet BBB weten de motie “na overleg met enkele partijen” aan te houden “om deze nog wat verder aan te scherpen”. BBB deed dat nadat minister-president Mark Rutte tijdens het debat de Tweede Kamer liet weten de motie te ontraden. Volgens Rutte is de motie “echt té veel omvattend” en doet deze “onvoldoende recht aan de zéér complexe historische situatie”. Rutte zei wel de “achterliggende motieven” van de motie te begrijpen.

De Indische Kwestie is een verzamelterm voor uitblijvend rechtsherstel van diverse bevolkingsgroepen uit voormalig Nederlands-Indië, waaronder (Indische) Nederlanders. Een onderdeel is het niet-betaalde salaris en soldij van voormalig Nederlandse ambtenaren en militairen. Volgens de Nederlandse Staat zou de schuld zijn overgeheveld aan gewezen vijand Indonesië. Die lezing is brisant, niet alleen omdat de latere Indonesische machthebbers tijdens de Tweede Wereldoorlog met Japan collaboreerden, maar ook omdat Indonesiërs tijdens de Bersiap vele duizenden Nederlanders hebben vermoord.

De opstelling van de Nederlandse regering ligt binnen Indisch Nederland dan ook zeer gevoelig, zeker nu voor Indonesische slachtoffers van Nederlands militair optreden steeds vaker wel van alles uit de kast lijkt te worden getrokken. Daardoor hebben veel betrokkenen het gevoel dat er wordt gemeten met twee maten. Daarbij komt dat Nederland de twijfelachtige eer hooghoudt het enige land ter wereld te zijn dat, over de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog, nooit loon of soldij heeft betaald aan al haar ambtenaren en militairen.

Tags: Bersiap, Indische Kwestie.

14 gedachten over “Motie Indische Kwestie aangehouden”

  1. In Nederland krijgen allochtonen alles gratis en de Nederlanders, in dit geval mensen die nota bene voor het Vaderland hebben gevochten, krijgen slechts stank voor dank!

  2. De motie is aangehouden omdat er geen gesprek gevoerd kan worden, Nederland is daar helemaal niet toe in staat. Verwacht van de Nederlandse overheid wat ze sinds jaar en dag doet: aan zichzelf denken.

  3. Wellicht kan een delegatie bij voormalig premier Dries van Agt langsgaan voor extra publiciteit. Grote kans dat hij veel begrip heeft voor de Indische kwestie. In een interview (NRC 2/10/21) heeft hij gepleit voor compensatie voor het verlies van inkomsten van de Molukse Knilmilitairen na hun ontslag na ontscheping in Nederland. Een groot onrecht is hen aangedaan. Dat onrecht is ook de ambtenaren en Knilmilitairen in Nederlands-Indië aangedaan. 

  4. Het is een schande dat Nederland niet betaald voor de mensen die hun leven hebben gewaagd voor Nederland. Verkeerde zuinigheid en meten met twee maten. Wat is er gebeurd met Nederland in zo een kort tijdsbestek.

  5. Waarschijnlijk is de zaak van de backpay verjaard. De backpay is onderdeel van het arbeidsrecht. Als je niet uitbetaald krijgt voor je arbeid, dan moet je dit salaris opeisen (binnen een bepaalde termijn). Maar je moet wel bij je werkgever zijn, waarmee je een arbeidsovereenkomst hebt afgesloten. In dit geval is de werkgever het Indisch Gouvernement, en niet de Nederlandse Staat zoals velen gedacht hadden. “Ik dacht erg duidelijk te zijn geweest. NIEMAND heeft bij zijn werkgever, een departement van de Indische overheid, een vordering ingediend. En nadat de Hoge Raad de weg had gewezen naar het gelijkwaardige departement van de opvolgende werkgever, de RIS, heeft NIEMAND daar een vordering ingediend. Nederlandse staat, noch rechterlijke macht, noch de staat Indonesië, kan er dus van uitgaan dat vorderingen naar de achterstallige salarissen bewust niet zijn gehonoreerd. Er is nooit naar gevraagd! En als er 70 jaar lang niet is gevorderd, dus geen belangstelling is getoond, is een verjaring heel begrijpelijk.” (Bron: J.A.S.)

    1. De bewering dat de werkgever het Indisch gouvernement zou zijn, in plaats van de Nederlandse Staat, is gekunsteld en ook in juridische zin valt daar veel op af te dingen. Het Indisch Gouvernement viel immers gewoon onder het Ministerie van Koloniën. Daarmee was Nederlands-Indië de jure onderdeel van Nederland.

    2. “Staatkundig gezien viel Nederlandsch Indië (Indië van Nederland) sinds 1832 onder het Ministerie van Kolonien ” Na 1832 gebeurde er echt nog wel het een en ander. Zie Grondwet van 1922 en de Indische Staatsregeling van 1925. Indië was sinds 1922 geen kolonie, maar een zelfstandig gebiedsdeel. Lees Grondwet: Art. 1. Het Koninkrijk der Nederlanden omvat het grondgebied van Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao. De Indisch ambtenaren, incl. KNIL, hadden een arbeidsovereenkomst met Indië, niet met Nederland. De Indische Staatsregeling (I.S.) Art.103, 1925 stelt: De Gouverneur-Generaal stelt de algemeene begrooting en de aanvullingsbegrootingen vast, voor zoover hij zich met het gevoelen van den Volksraad vereenigt. (…) Financieel zelfstandig dus, de salarissen van de ambtenaren van dat gebiedsdeel staan dus in de begroting van dat gebiedsdeel, is de begroting goedgekeurd, dan kunnen die salarissen worden uitbetaald. Dat geld wordt in dezelfde begroting bij elkaar gesprokkeld door o.a. de belastingen die in dat gebiedsdeel worden geheven. Daar heeft het koninkrijk en de andere gebiedsdelen verder niets mee te maken. Het gebiedsdeel is werkgever van de ambtenaren in dat gebiedsdeel. Als je problemen hebt met je werk, of met je salaris, moet je bij de regering van je eigen gebiedsdeel zijn. Een ander gebiedsdeel of het koninkrijk heeft daar niets mee te maken. (Bron: J.A.S.)

    3. Ik waardeer het werk dat Somers over Nederlands-Indië heeft gepubliceerd zeer. Hij heeft veel interessante onderwerpen en thema’s vaak vanuit een heldere invalshoek voor het voetlicht weten te brengen. Daarmee heeft hij onmiskenbaar een bijdrage geleverd aan het collectieve geheugen over een toch vaak onderbelichte periode uit onze vaderlandse geschiedenis. Het werk van Somers kent echter ook veel beperkingen, bijvoorbeeld zijn juridische analyses. Dat neemt niet weg dat zijn werk, zeker in samenhang met andere publicaties, in andere disciplines, bijvoorbeeld uit de juristerij, vaak van onschatbare ware is.

    4. Inderdaad, de rechtshistoricus Jan A. Somers heeft zijn lezers altijd aangespoord om ons – vanwege de complexiteit van de Indische geschiedenis – meer in te lezen. Over de Indische kwestie heeft hij tenslotte gezegd: Het probleem is dat de zaak juridisch zo eenvoudig is: een arbeidsrechtelijke verhouding (arbeidscontract) tussen een werknemer, een ambtenaar (meer dan KNILlers!), en de zelfstandige rechtspersoon Nederlandsch-Indië. Zo eenvoudig dat de zaak juridisch dichtgetimmerd zit. Dat kunt u lezen in de twee duidelijke gerechtelijke uitspraken, ik dacht tot in de Hoge Raad. Met de duidelijke verwijzing naar de Republik Indonesia Serikat, de rechtsopvolger van het juridisch zelfstandige Nederlandsch-Indië.

  6. Wat bizar dat Nederland al 75 jaar de hand op de knip houdt daar waar het gaat om zijn eigen mensen, terwijl buitenlanders alles gratis krijgen. Wat een schande

  7. Tja, zo is de motie wel erg breed geformuleerd. Bovendien als je de website van de Indische Kwestie goed bestudeerd zie je dat het niet hen alleen gaat om ons (Indische) Nederlanders, maar ook allerlei andere bevolkingsgroepen uit voormalig Nederlands-Indië. Dus naast bevolkingsgroepen die aan onze kant vochten zoals Molukkers, maar ook Indonesiërs die als verstekelingen hier terecht zijn gekomen en zich benadeeld voelen. Als ik mevrouw Molemans ook hoor vallen daar misschien zelfs schadevergoedingen aan Indonesiërs voor vermeende Nederlandse ‘oorlogsmisdaden’ onder. Ik begrijp dan wel dat de Nederlandse staat niet staat te springen om daarin tegemoet te komen. Het zou helpen als het Indisch Platform de groep benadeelden gewoon beperkt tot onze mensen. Misschien dat er dan eindelijk schot in de zaak komt.

  8. Bizar dat Nederland tegen zijn soldaten doodleuk zegt: Zoek het maar uit, misschien wil Indonesië wel betalen! Hoe had de reactie geweest als Nederland iets dergelijks had gezegd tegen onze verzetsstrijders in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog? Zoek het maar uit, misschien wil Duitsland wel opdraaien voor jullie salaris? Het land zou te klein zijn geweest.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.