28 oktober 1945 – Aanslag Goebeng-transport

DEN HAAG (28 oktober 2021) – Vandaag – 76 jaar geleden – pleegden Indonesische nationalisten een grote aanslag op het zogenoemde Goebeng-transport. Het transport was bedoeld om Nederlanders te ontzetten uit het toen belegerde Soerabaja. Bij de hinderlaag werden in totaal circa 150 Nederlanders, voornamelijk vrouwen en kinderen, afgeslacht. Er viel een veelvoud aan gewonden.

De aanslag vond plaats gedurende de Bersiap (1945-1946), dat Maleis is voor “Wees paraat” of “Geef acht!”. Het is de strijdkreet van Indonesische (para)militaire organisaties en bendes, die vrijwel direct na de capitulatie van Japan dood en verderf zaaiden onder met name niet-Indonesiërs in Nederlands-Indië. Gedurende deze uiterst gewelddadige periode zijn duizenden (Indische) Nederlanders op gruwelijke wijze gemarteld, verkracht en vermoord door Indonesiërs, vanwege hun Nederlandse en/of Europese afkomst.

Het exacte aantal Nederlandse slachtoffers is tot op heden onduidelijk. De schattingen variëren tussen de 5.000 en 30.000 doden en 15.000 vermisten. Ook Chinezen, Molukkers en andere groepen werden slachtoffer, al is onduidelijk hoeveel. Het geweld tegen én de moordpartijen op de burgerbevolking stopten niet na 1946, maar ging door tot eind jaren 40. Medio 1947 was er opnieuw sprake van een explosie van geweld, die ook wel wordt aangeduid als de Tweede Bersiap.

* Henk Itzig Heine overleefde de aanslag op het Goebeng-transport. Zijn ooggetuigenverslag is opgenomen door Stichting Oorlogsverhalen. Bekijk de reportage via deze link.

Tags: Bersiap, Goebeng-transport.

12 gedachten over “28 oktober 1945 – Aanslag Goebeng-transport”

  1. De aanval op het Goebeng/Gubeng-transport was niet zoals vaak wordt beweerd een ongecontroleerde aanval van door Bung Tomo (Soetomo/Sutomo, red.) opgehitste kampong gepeupel, maar een doelbewuste en op militaire leest georganiseerde aanval van gewapende Indonesische (para-)militaire eenheden. Het transport bestond uit een lange colonne van 20 vrachtwagens begeleid door 3 jeeps/carrier en bemand door minstens 52 door de oorlog geharde Brits-Indiase militairen. De militaire colonne werd in een hinderlaag gelokt en tot stoppen gedwongen. Nadat de bevelvoerende Brits-Indiase officier en zijn escorte werden belaagd werd de colonne van beide zijden door de Indonesiërs onder vuur genomen.

    Maar de aanval op het transport staat niet op zichzelf. De Indonesische autoriteiten, waaronder Bung Tomo, in Soerabaja besluiten dat op 15 oktober 1945 dat (Indo-)Europese mannen en jongens worden opgepakt en geïnterneerd. Pemoeda’s gewapend met lijsten met namen ondernemen razzia’s en halen meer dan 3500 personen op , die uiteindelijk opgesloten worden in de Werfstraatgevangenis. Britse bronnen geven aan dat ze eigenlijk door de Nationalisten gegijzeld werden (hostages).

    Meer dan 1600 van hen worden eerst naar de Simpang Club getransporteerd, waar een Volkstribunaal de mensen ‘berecht’ en veroordeeld. Meer dan 50 personen, waaronder ook vrouwen worden met slag- en steekwapens levend afgeslacht. De overlevenden waden tot hun enkels in het bloed, zie getuigenis Henk Kemper in de documentaire Soerabaja/Surabaya. Deze gebeurtenissen staan bekend onder de klinkende naam “Bloody Monday”.

    “Het hele wrange is dat er op het terrein van de Simpang Club een monument is verrezen dat de anti-koloniale strijd en nationale trots verheerlijkt. Geen woord over wie daar zijn vermoord, waarom en door wie. Het laat zien dat naties normaal gesproken niet de kans grijpen om de minder plezierige kanten van hun geschiedenis te onthullen”, aldus de Amerikaanse historicus W.H. Frederick.

    Naar mijn mening is het monument schaamteloos en ontkent de nagedachtenis aan onschuldige en weerloze Bersiap-slachtoffers in Soerabaja. Als het monument van JP Coen dient te verdwijnen dan is er veel voor te zeggen het monument in Soerabaja af te breken en een inclusief monument voor de slachtoffers in Soerabaja op te richten.

    In de Bersiap-periode in Soerabaja van medio oktober tot eind november 1945 zijn naar schatting 900 (Indo-)Europese personen op gruwelijke wijze door Indonesische extremisten afgeslacht. Daarbij reken ik niet de honderden Chinezen die eenzelfde einde vonden.

    1. Interessante reactie meneer van den Broek. FIN heeft de Indonesische regering na excuses door onze vorst opgeroepen ook excuses te maken voor hun rol in de oorlog en bloedvergieten. Nooit een reactie gehad. Hoe zou FIN volgens u om moeten gaan met oproepen tot meer vergaande excuses, herstelbetalingen en weghalen monumenten?

    2. Over drie dagen, op 10 november, vieren de Indonesiërs Hari Pahlawan (Heldendag). De moordlustige terrorist en opruier Soetomo wordt op deze dag gememoreerd voor zijn genocidale acties tijdens de slag om Soerabaja in 1945. Het is om te kotsen dat onze politiek zich hier niet tegen uitspreekt.

  2. We hebben te lang gezwegen en dat kwam ook omdat de Nederlanders in de grote steden het zo “verschrikkelijk slecht hadden” tijdens de Duitse bezetting! Het gevolg was dat ze daarom niet naar onze verhalen wilden luisteren!

    (mijn moeder en 2 susters waren in het kamp in Semarang, mijn vader krijgsgevangene in Siam/Thailand aan de Dodenspoorweg en ik in het 15de Bat in Bandoeng)

  3. Wat afschuwelijk. Hoe bestaat het dat Nederland dit soort verhalen gewoon niet kent? Dit is zo wezenlijk voor onze geschiedenis. Goed dat jullie de beerput optrekken.

    1. Het grote pijnpunt van WOII is voor Nederland de Holocaust, en niet de koloniale geschiedenis. Vanaf 1922 (Grondwet) waren er geen koloniën meer. Er was een Koninkrijk der Nederlanden met de – zelfstandige – deelgebieden Nederland, Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao. Als een deelgebied in moeilijkheden kwam, was Nederland verplicht dat gebiedsdeel te hulp te schieten (om rust en orde te brengen), met behulp van politie en leger. Vandaar de benaming van politionele acties. Werd daarbij teveel geweld gebruikt, dan zijn de excuses van Nederland via de koning terecht. Met de Bersiap had gebiedsdeel Nederland niets van doen. De Bersiap duurde van oktober 1945 tot begin 1946. Toen waren er nog geen Nederlandse troepen in het gebiedsdeel Nederlands-Indië aanwezig. (Bron: J.A.S.)

    2. De suggestie wordt gewekt alsof door de komst van militairen uit Nederland in het zgn gebiedsdeel Nederlands-Indie er een einde kwam aan de Bersiap. Alsof zij plotseling de koloniale Orde en Rust herstelden. Dat is tot nut toe het gebruikelijke verhaal.

      Maar hoe noem ik dan de personen die na “begin van 1946”, door Indonesiërs afgeslacht werden? Ga ik uit van een meerzijdig perspectief dan waren Bersiap slachtoffers niet alleen Europeanen = Hollanders en Indo-Europeanen maar ook hun sympathisanten zoals Indonesiërs, w.o. Ambonezen, Menadonezen en Chinezen. Vooral aan Chinezen wordt in de geschiedschrijving van de Bersiap weinig tot geen aandacht geschonken, hun slachtofferrol is onderbelicht. Chinezen waren tot in 1949 slachtoffers van Indonesische extremisten maar ook reguliere Indonesische eenheden.

    3. @Peter van den Broek: “Chinezen waren tot in 1949 slachtoffers van Indonesische extremisten”. Chinezen werden in Nederlands-Indië en later Indonesië dikwijls slachtoffer van Indonesische pogroms. Het geweld tegen Chinezen begon niet in de jaren ’40 en ook in 1949 kwam daar geen einde aan.

    4. Mevrouw ellen schrijft dat “gebiedsdeel Nederland niets van doen” had met de Bersiap. Ik maak ernstig bezwaar tegen deze nogal boude, maar ook feitelijk onjuiste stellingname. Zoals u zelf eigenlijk al eerder schreef was Nederland de iure gewoon verplicht om andere gebiedsdelen in moeilijkheden te helpen. De Bersiap was zo’n ‘moeilijkheid’. Moeilijkheid is hier eigenlijk nog een understatement. Dat er gedurende de eerste jaren van de Bersiap maar weinig troepen in voormalig Nederlands-Indië actief waren kwam vooral door de Britten. Zij beletten lange tijd onze Nederlandse troepen om voet aan wal te zetten. Daardoor waren er gedurende de eerste jaren (1945-1946) naast Britse troepen slechts her en der KNIL-eenheden actief. Zij wisten de Indonesische moordorgie wat te matigen, maar zoals u ongetwijfeld weet stopte het Indonesische geweld niet na 1946. Sterker nog: dit beleid heeft misschien wel meer doden gekost, dan in het geval er gewoon Nederlandse troepen zouden zijn toegelaten. Zoals ook de heer Peter van den Broek al opmerkte ging het moorden na 1946 bovendien door. Weliswaar op een wat lager pitje, maar het ging gewoon door. Indische Nederlanders, maar ook de plaatselijke bevolking, met name Chinezen, Menadonezen, Molukkers etc, waren hun leven ook toen niet zeker. U doet net alsof het Indonesische geweld na 1946 met het zogenaamde einde van de Bersiap ten einde was. Dat is een kunstmatig werkelijkheid, die echt heel ver af staat van de toen geldende feiten op de grond. Grootschalige Nederlandse troepeninzet was dan ook op termijn onvermijdelijk. Uiteindelijk wist Nederland vanaf 1947 met de eerste Politionele Acties op grote schaal troepen naar Indië te verschepen. Dat was niet, zoals nu populair is om te beweren, enkel en alleen om het Nederlandse gezag in de kolonie te herstellen, maar vooral ook om een einde te maken aan het Indonesische geweld tegen de burgerbevolking. Dit is wat er daadwerkelijk met het herstellen van de orde en rust werd bedoeld. Bovendien was het herstellen van het Nederlandse gezag een noodzakelijke voorwaarde om orde en rust te realiseren in de archipel. Zonder gezag, geen orde en rust. Dat dit geen sinecure was blijkt wel uit het feit dat de nieuwe Indonesische ‘autoriteiten’ bij lange na niet in staat waren gebleken om de bloeddorst van hun bevolking te temmen. Sterker nog: zij knepen vaak een oogje dicht of moedigden het geweld in sommige gevallen zelfs actief aan. U weet ongetwijfeld ook dat, vanaf het moment dat Nederland de Politionele Acties uitrolden, het Indonesische geweld tegen de burgerbevolking zienderogen afnam en het normale leven steeds meer op gang kon komen. Dat wordt maar al graag te vaak vergeten. Uw onbezonnen reactie mist eveneens die nuance.

    5. Met de zinsnede, dat “gebiedsdeel Nederland niets van doen had met de bersiap,” wordt enkel – geschiedkundig – bedoeld, dat er nog geen Nederlandse troepen in Nederlands-Indië aanwezig waren. Over die periode (vanaf oktober 1945 en begin 1946) kan Nederland geen militaire misgrepen verweten worden. Hetgeen wel mogelijk was b.v. v.w.b. de rechtszaak van de weduwen van Rawagede (dit oorlogsincident vond plaats in 1947). Overigens, wat u schrijft is mij bekend. Mijn vader was KNILler (eigenlijk burger-militair zoals hijzelf zei, omdat hij werkzaam was bij de technische dienst van de Indische Luchtmacht). Hij heeft na Japanse gevangenschap (o.a. Pakanbaru op Sumatra) deelgenomen aan de Politionele Acties als sergeant bij de infanterie. Mijn vader had sympathie voor het Indonesisch vrijheidsstreven, maar keerde zich tegen de misdadige elementen onder de vrijheidsstrijders. De Bersiap en deze oorlog leken veel langer te duren dan in de geschiedenis vaak wordt aangegeven. Er was ook sprake van tussentijdse wapenstilstanden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.