Wereldoorlog II in Nederlands-Indië

Nadat Japan in korte tijd de Amerikaanse vloot in de Stille Oceaan had uitgeschakeld, slaagde het er in hoog tempo in om in Zuidoost-Azië militair overwicht te verkrijgen. Op 11 januari 1942 vielen de jappen Nederlands-Indië aan en veroverden Menado op Celebes en het olierijke eiland Tarakan aan de oostkust van Borneo. Na de door de jappen gewonnen slag in de Javazee, op 27 februari 1942, konden zij vrijwel ongehinderd Java bezetten.

Al op de eerste dag van de invasie ging het vliegveld Kalidjati voor de Nederlanders verloren. Op 8 maart 1942 moest het Koninklijk NederlandsIndisch Leger (KNIL) officieel capituleren en begon de bezetting van Nederlands-Indië. Op Sumatra bleef generaal Overakker met zijn troepen dapper doorvechten en ook op Java, Timor en Nieuw-Guinea werd het guerrillaverzet ingezet. De heldhaftige strijd kon niet voorkomen dat eind maart 1942 de belangrijkste eilanden alsnog door de jappen waren bezet.

Ruim 42.000 Europese militairen raakten tijdens de bezetting van Nederlands-Indië in krijgsgevangenschap. Het waren met name militairen van de Koninklijke Marine en het KNIL. Rond de 55.000 Indonesische KNIL-soldaten maakten gebruik van de mogelijkheid om middels een collaboratieverklaring hun vrijheid te herkrijgen en namen vervolgens dienst als hulpsoldaat (heiho) van de jappen. Enkele honderden christelijke inlandse militairen – vooral Ambonezen, Timorezen en Menadonezen – weigerden. Tezamen met de Nederlandse militairen brachten zij de gehele bezettingstijd door in de jappenkampen.

Ook burgers werden geïnterneerd. In de Buitengewesten werd kort na het begin van de bezetting de gehele Europese burgerbevolking opgesloten. De mannen werden gescheiden van de vrouwen en in aparte kampen opgesloten. Ook bestonden er aparte jongenskampen. Zowel binnen als buiten de interneringskampen ontrukten de jappen vrouwen en meisjes van hun families om die als troostmeisjes te misbruiken.

Op Java verliep de internering van de burgerbevolking gefaseerd. Aanvankelijk werden alleen werknemers en werkgevers uit het bedrijfsleven en Nederlandse ambtenaren vastgezet. Later moesten alle Nederlanders op Java die ouder waren dan 17 jaar zich laten registreren, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen volbloed (Totok‘s) en gemengde Nederlanders (Indo‘s). Het betekende op Java dat alle Totok’s direct werden geïnterneerd, terwijl het merendeel van de Indo’s aanvankelijk buiten de kampen moest zien te overleven (zgn. Buitenkampers). Uiteindelijk belanden ook het gros van de Indo’s in de jappenkampen.

Naar schatting 13.000 mensen zijn tijdens hun gevangenschap om het leven gekomen. Veel mannen werden ingezet als dwangarbeiders aan de Dodenspoorwegen. Bij aanleg van de Birmaspoorweg, tussen Nong Pladuk in Thailand en Thanbyuzayat in Myanmar (Birma), en de de Pakanbaroe-spoorweg, tussen Pekanbaru en Muaro op Midden-Sumatra, zijn veel Nederlanders gesneuveld.

In de loop van 1944 slaagden de Amerikanen erin de eilanden Kwajalein en Eniwetok in de Marshall-archipel te veroveren. De jappen verloren ook de eilanden Saipan en Tinian in de Marianen-archipel, waardoor Amerikaanse B-29 bommenwerpers voortaan rechtstreeks doelen in Japan konden treffen. In Zuidoost-Azië en Oceanië wisten de geallieerden steeds meer gebieden op de jappen te heroveren: Birma, de Salomonseilanden en een deel van de Filippijnen. In april 1944 was ook het stadje Hollandia in Nederlands Nieuw-Guinea door de Amerikanen heroverd.

Met uitzondering van een deel van Nieuw-Guinea werd de terugtrekking van de jappen in Nederlands-Indië en in andere door hen veroverden gebieden afgedwongen door de Amerikaanse inzet van atoomwapens. Op 6 augustus 1945 viel de eerste atoombom op Hiroshima, de tweede op 9 augustus op Nagasaki. Tegelijkertijd verklaarde de Sovjet-Unie Japan de oorlog en rukte het Rode Leger Mandsjoerije en Korea binnen, en bezette tevens de Koerilen en Sachalin. Het dwong de Japanse keizer (tennō) Hirohito, op voorwaarde dat hij als soeverein vorst mocht aanblijven, uiteindelijk tot overgave.

Op 15 augustus 1945 maakte de tennō in een radiotoespraak de capitulatie van zijn land bekend. Nederlands-Indië was bevrijd, maar voor veel Nederlanders betekende dit geen einde aan oorlog. Twee dagen later riep Soekarno namelijk de Republiek Indonesië uit en waren Nederlanders opnieuw vogelvrij op het voorheen Nederlands overzeese grondgebied. Het weerzinwekkende geweld tijdens de Bersiap, gepleegd door Indonesische fanatiekelingen, maakte duizenden slachtoffers en leidde tot gedwongen repatriëring en wereldwijde diaspora van Indisch Nederland.

Bron: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)
Bron: Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies