Moll: “Pijnlijk kennisgebrek over strijd Nederlands-Indië”

DEN HAAG (3 december 2019) – Nederland is een mooi land. Ik ken geen ander land waar zo kritisch de eigen geschiedenis tegen het licht wordt gehouden. Waar men zo meedogenloos durft te oordelen over de beeldvorming van weleer, over zeehelden, ontdekkingsreizigers en militairen. Waar zo diep wordt gegraven naar oorlogsmisdaden gepleegd door onze jongens op Java.

Hopelijk heeft u gekeken naar ‘Onze Jongens op Java’, de documentaire van Coen Verbraak. Uitgangspunt van de serie is, zo meldt het persbericht: ‘Den Haag stuurde 120.000 militairen naar Indonesië om de nationalistische opstand neer te slaan’. Weinigen staan erbij stil dat dit geen feitelijke constatering is, maar een moreel oordeel. Daarbij klopt het cijfer niet helemaal. Die 120.000 waren dienstplichtigen, daarnaast waren er 20.000 oorlogsvrijwilligers en 60.000 KNIL-soldaten.

Het morele oordeel zit in de stelling dat Den Haag militairen stuurde naar Indonesië. Maar Indonesië bestond nog niet, Den Haag stuurde een leger naar het toenmalige Nederlands-Oost-Indië. Soekarno mocht dan de onafhankelijkheid hebben uitgeroepen, staatsrechtelijk was dit een loze kreet. Geen enkel land erkende de soevereine staat Indonesië. Omroep BNNVARA erkent met terugwerkende kracht die staat nu wel. Ook door over ‘een nationalistische opstand’ te spreken, nemen de makers normatief stelling. Het suggereert dat er één opstand was en dat die een nationaal doel beoogde te bereiken. Maar er was niet één doel, en opstandelingen waren er in soorten en maten.

Opstand tegen elite
Bewoners van verschillende eilanden kwamen tegen de aristocratische elite in opstand. Onder hen waren communisten en radicale moslims van de Darul Islam. Verder streden er militanten voor zelfstandigheid van hun deelstaten. Communisten, separatisten en islamisten vochten ook tegen de latere winnaars, de nationalisten. Deze ‘rood-witten’ van Soekarno hebben tot ver in de jaren vijftig tegen al deze groepen gestreden en die strijd heeft nog eens duizenden het leven gekost.

Dan de slachtoffers: BNNVARA meldt dat 100.000 Indonesiërs en 6000 Nederlandse militairen het leven lieten. Impliciet worden die 100.000 Indonesische doden op het conto van de Nederlandse agressie geschreven. Maar waar komt dat getal vandaan? Zijn de Indonesiërs meegeteld die door de Pemoedas (de militante, republikeinse jongeren) zijn vermoord op verdenking van spionage of vanwege louter sympathie voor de Nederlanders? De slachtoffers van de rampokkers (plunderaars) die moordend en verkrachtend door het land trokken? Slachtoffers van de onderlinge strijd?

Ongekend wrede gewelddadigheden
En waar zijn de cijfers van de doden onder de (Indische) Nederlanders, Ambonezen, Chinezen en Nederlandsgezinde Indonesiërs tijdens de zogeheten Bersiap, de periode van ongekend wrede gewelddadigheden die uitbraken na de onafhankelijkheidsverklaring? De schattingen over dat aantal lopen van duizenden tot tienduizenden doden.

Onvermeld blijft het element dat Nederland troepen naar Indië stuurde om de orde en rust te herstellen en een eind te maken aan het bloedvergieten onder burgers, blank en bruin. Historici zijn het erover eens dat Nederlandse politici en de meerderheid van de Nederlanders in Indië in 1945 geen idee hadden hoe effectief de anti-westerse haatpropaganda is geweest waarmee de Japanners, in samenwerking met Soekarno, jarenlang de Indonesische jeugd hebben bestookt. Die kennisleemte bestaat niet meer. Maar echt kennisnemen van hoe de situatie toen ter plekke was, wil er nog steeds niet in. Dat is een affront voor de slachtoffers, blank en bruin. Het is makkelijker de zwartepiet uitsluitend toe te spelen aan de Nederlandse deelnemers aan dit conflict. Nederland is een mooi land, maar ook journalistiek gemakzuchtig.

Hans Moll, voorzitter Federatie Indische Nederlanders

Bron: Trouw

Tags: Bersiap, BNNVARA. Lara Nuberg, Jeffrey Pondaag, Michael van Zeijl, De Grauwe Eeuw, Reza Kartosen-Wong, Arjanti Sosrohadikoesoemo, Marjolein van Pagee