‘Miljardenschuld aan Indische gemeenschap weggemoffeld’

UTRECHT (1 december 2017) – Nederlandse militairen en ambtenaren kregen nooit salaris en pensioenopbouw voor hun strijd tijdens de bezetting van Nederlands-Indië door de jappen. Nabestaanden eisen opnieuw compensatie. De Centrale Raad van Beroep doet over zes weken uitspraak.

Ruim 82.000 voormalige militairen en ambtenaren uit voormalig Nederlands-Indië hebben tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) geen salaris noch pensioenopbouw gekregen. Over uitbetaling daarvan wordt al decennialang gesteggeld, ook wel bekend als de Indische Kwestie. Het ging destijds om 1,3 miljard gulden, dat neerkomt op zo’n 16.000 gulden per persoon. Inmiddels is de totale schuldenlast nu zo’n 5,7 miljard euro, ofwel: 70.500 euro per persoon exclusief rente.

Tot op de dag van vandaag weigert Nederland aansprakelijkheid. De staat beroept zich op een arrest van de Hoge Raad in 1956, waarin staat dat alle financiële verplichtingen zijn overgedragen aan de Republiek Indonesië. Saillant detail is dat Indonesië gedurende de Bersiap-periode mede verantwoordelijk was voor buitensporig geweld tegen de daar nog aanwezige Nederlanders. De financiële overdracht zou bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 zijn vastgelegd in een vermogensbalans.

Backpay
Uit archiefonderzoek van onderzoeksjournalist Griselda Molemans (Task Force Indisch Rechtsherstel) blijkt dat dit nooit is gebeurd. Uitbetaling van de achterstallige salarissen, de ‘backpay‘, ontbreekt op de vermogensbalans. “Indonesië kan helemaal niet aansprakelijk worden gesteld. In de onderhandelingen staat nergens dat die schuldverplichting is overgedragen”, zegt Molemans. “En er staat letterlijk dat Indonesië alleen schulden hoeft over te nemen waar de republiek belang bij heeft. Daarmee heeft Nederland een vrijbrief gegeven om de achterstallige salarissen niet te betalen. Dat is de hoogste trede van bedrog”.

Eind 2015 kwam toenmalig staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) met een regeling. Alleen voormalige militairen en ambtenaren die op 15 augustus 2015 nog in leven waren – of hun erfgenamen als ze na die datum overleden – krijgen een eenmalige uitkering van 25.000 euro, een veel lager bedrag dan waar ze recht op hebben. Tot nu toe hebben 577 rechthebbenden de uitkering gekregen. Dat heeft de Nederlandse staat ‘slechts’ 14,4 miljoen euro gekost. Dat is een schijntje bij de eigenlijke schuldlast van 5,7 miljard euro.

Nabestaanden van KNIL’ers en ambtenaren die vóór de peildatum overleden, haalden dit jaar bakzeil bij de rechter. Daarom stapten enkelen gisteren naar de Centrale Raad van Beroep (CRvB), onder wie Liszy Jonkers (59), dochter van een ex-KNIL-militair. Haar vader diende tijdens de oorlog in Nederlands-Indië. Hij werd gevangengenomen, opgesloten in een Jappenkamp en verrichtte dwangarbeid aan de Birma-spoorlijn.

Jonkers vindt de peildatum ‘oneerlijk’ en ‘discriminerend’. Haar vader overleed op 1 oktober 2004. Bovendien zou het in strijd zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), volgens welk gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden. Jonkers: “Voor mij is het een principekwestie. Ik wil morele en financiële erkenning voor mijn vader. Hij is in dienst geweest van Nederland, is gemarteld en heeft geleden. Ik heb het gevoel dat hij niet meetelt. Mijn vader kan er niets aan doen dat hij in 2004 overleed. De Nederlandse staat kan er wel wat aan doen dat ze deze mensen ruim 70 jaar heeft laten wachten”.

Morele genoegdoening
Het ministerie zegt in een reactie dat het een niet-wettelijke regeling heeft, waar geen juridische verplichtingen aan vastzitten. De regeling is getroffen als ‘morele genoegdoening’ en is ‘politiek en financieel het hoogst haalbare’, aldus de advocaten.  Bovendien stellen ze dat de regeling niet moet worden gezien als een uitbetaling van achterstallige salarissen. Maar dat strookt niet met de brochure van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het uitvoerend orgaan, waarin expliciet staat dat de regeling daarvoor bedoeld is.

Volgens Hana van Ooijen, advocaat van Jonkers, wordt de schuldenlast door Nederland ‘weggemoffeld’. “Het is too little, too late. Het heeft lang op zich laten wachten en bereikt slechts een fractie van de groep rechthebbenden. Hoeveel betekenis heeft deze regeling?” vraagt Van Ooijen zich hardop af.

Bron: AD