Moll: “Waar blijven de excuses van Indonesië?”

AMSTERDAM (22 augustus 2019) – Onze gedachten gaan deze week terug naar 17 augustus 1945, de datum waarop Soekarno en Hatta de Republiek Indonesië uitriepen. Vanaf dat moment waren (Indische) Nederlanders, Chinezen en andere etnische minderheden in de nieuwe republiek vogelvrij. Als reactie stuurde Nederland militairen om de ’orde en rust’ te herstellen. Helaas ontaardde het Nederlandse optreden soms ook in excessen.

Namens de regering heeft de Nederlandse ambassadeur in Indonesië op 12 september 2013 excuses aangeboden voor de standrechtelijke executies die zijn gepleegd door Nederlandse militairen tijdens het militair optreden in de periode 1945-1949. Al eerder, tijdens een bezoek aan Indonesië op 15 augustus 2005, erkende toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot dat Nederland ’aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ stond met zijn pogingen om de onafhankelijkheid van Indonesië met geweld te voorkomen.

Nu zijn de verkeerde of de goede kant van de geschiedenis altijd betwistbare standpunten, maar de Nederlandse regering heeft wel hiermee haar deemoedigheid betoond. De standrechtelijke executies zijn niet in opdracht van de Nederlandse regering uitgevoerd, maar zijn wel door militairen die de Nederlandse regering dienden verricht. De Nederlandse regering is dus niet schuldig aan deze executies, maar is wel verantwoordelijk voor de daden van haar militairen. Het aanbieden van excuses door de Nederlandse regering is een kenmerk dat een beschaafde regering betaamt.

Ik zal hier niet ingaan op de standrechtelijke executies van Indonesische burgers door Pemuda’s (republikeins-nationalistische jongeren) en militairen van de TNI (het Indonesische nationale leger). Dat is een zaak van de Indonesische regering. Het aanbieden van excuses voor standrechtelijke executies door Nederlandse militairen in de periode 1945-1949 mag echter niet verhullen dat in de periode 1945-1946 – ook wel bekend als de Bersiap – Indonesische ’vrijheidsstrijders’ zich op de meest afschuwelijke wijze op (Indische) Nederlanders – zowel zij die net uit de jappenkampen kwamen als de Buitenkampers – hebben uitgeleefd.

Pemuda’s overvielen, hoofdzakelijk gewapend met machetes en bamboe-speren, Nederlandse gezinnen, die vooral uit vrouwen en kinderen bestonden, omdat hun mannen dikwijls nog in jappenkampen verbleven. Vrouwen werden verkracht, de borsten afgesneden en ten overstaan van hun doodbloedende moeders werden huilende baby’s en kinderen de hals doorgesneden. Lichamen werden in stukken gehakt.

Deze slachtpartijen, met name op diverse plaatsen op Java, Sumatra en Zuid Sulawesi, waren geen reactie op Nederlands militair optreden. Van enige operationele Nederlandse militaire aanwezigheid was daar in die periode immers geen sprake. Desalniettemin hebben de Pemuda’s naar schatting tussen de 15.000 en 30.000 weerloze Nederlandse staatsburgers vermoord. Het aantal vermisten bedraagt circa 15.000.

Tot op de dag van vandaag zijn excuses van Indonesische zijde uitgebleven. Het past de Indonesische regering beschaving te tonen door de gepleegde misdaden van haar onderdanen jegens weerloze Nederlandse burgers te erkennen en de Nederlandse regering daarvoor haar excuses aan te bieden. Ik roep Indonesië daarom ook op dat nu te doen

Hans Moll, voorzitter Federatie Indische Nederlanders

Bron: De Telegraaf

Tags: Nederlands-IndiëIndonesiëTweede WereldoorlogBersiap. Lara Nuberg, Jeffrey Pondaag, Michael van Zeijl, De Grauwe Eeuw, Reza Kartosen-Wong, Arjanti Sosrohadikoesoemo, Marjolein van Pagee
NED - © Den Haag 2019-2020 - Federatie Indische Nederlanders GBR - © Den Haag 2019-2020 - Federatie Indische Nederlanders