ARNHEM (7 september 2026) – De kritiek op de aanwezigheid van de Japanse ambassadeur bij Indië-gerelateerde herdenkingen groeit. Bezorgde nabestaanden hebben inmiddels een werkgroep opgericht en eisen dat de Japanse ambassadeur volgend jaar niet opnieuw wordt uitgenodigd. In een open brief halen zij hard uit naar het bestuur van de herdenking van de slachtoffers van de Doden-spoorwegen.
Nabestaanden zijn woedend op het bestuur, omdat de Japanse ambassadeur Rokuichiro Michii tijdens de meest recente Dodenspoorweg-herdenking opeens een krans mocht leggen. Die verontwaardiging lijkt breed te worden gedeeld. Ook Federatie Indische Nederlanders (FIN) ontving meerdere klachten van geschokte nabestaanden.
Volgens de nieuwe werkgroep was de Japanse aanwezigheid voor verschillende betrokkenen bovendien reden om de herdenking dit jaar helemaal niet bij te wonen. Zij vinden het „onbegrijpelijk” dat zo’n gevoelig besluit is genomen zonder „brede, zorgvuldige en aantoonbaar representatieve raadpleging” van slachtoffers en nabestaanden.
Ook van het onderzoek waarop de Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg (SHBSS) zich beroept, zijn de critici niet onder de indruk. Volgens de werkgroep laten de reacties die zij zelf ontvangt juist een beeld zien van „verdriet, boosheid, onbegrip” en het gevoel dat opnieuw over de hoofden van nabestaanden heen wordt beslist.
Kleine radicale kring
Achter de omstreden drang naar verzoening duikt telkens hetzelfde kleine radicale clubje gelijkgestemden op. Bestuurders bewegen zich tussen dezelfde organisaties, spreken elkaar voortdurend en bevestigen elkaar vervolgens. Opvallend is daarbij ook hoe sterk de personele lijnen door elkaar lopen.
Zo zijn zowel Lars Bannink als Bo Polman bij SHBSS en Jong1508 betrokken. Dat netwerk valt onder de bestuursportefeuille van Tenny Tenzer van de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 en onderhoudt inmiddels rechtstreeks contact met de Japanse ambassadeur.
SHBSS lijkt zich van de groeiende kritiek vooralsnog weinig aan te trekken. In een op 29 augustus verspreid statement verdedigen voorzitter Wouter Neuhaus en oud-voorzitter Bannink de komst van de Japanse ambassadeur opnieuw als een „betekenisvolle stap richting verzoening”.
Ook blijft het bestuur de 102-jarige Ed van de Logt nadrukkelijk opvoeren ter rechtvaardiging van haar besluit. Van de Logt is de laatste nog levende Nederlandse dwangarbeider van de Birma-Siam-spoorweg en stond zelf positief tegenover de aanwezigheid van de Japanse ambassadeur. Volgens Neuhaus en Bannink gaf zijn stem zelfs „uiteindelijk de doorslag”.
Daarmee wordt de persoonlijke opvatting van één hoogbejaarde overlevende gebruikt als morele legitimatie voor een omstreden koers die door het merendeel van de nabestaanden juist wordt afgewezen.
Herdenkingen onder druk
De ontwikkeling bij de Dodenspoorwegherdenking staat niet op zichzelf. Het past in een patroon waarin Nederlanders slachtoffers op hun eigen herdenking steeds meer naar de achtergrond worden gedrongen.
Zo werd de Nationale Dodenherdenking in 2022 ingrijpend verbreed. Sindsdien is de „koloniale oorlog in Indonesië” expliciet aan het officiële herdenkingsmemorandum toegevoegd en sindsdien worden „alle Nederlandse en Indonesische slachtoffers” herdacht. Daaronder valt dus de toenmalige vijand, waaronder Indonesische oorlogsmisdadigers.
Ook de Indiëherdenking, die elk jaar op 15 augustus in Den Haag plaatsvindt, verindonesiseerde de afgelopen jaren in rap tempo. Terwijl traditionele Nederlandse elementen verdwenen of naar de achtergrond werden gedrongen, kreeg het Indonesische perspectief een steeds prominentere plaats. Ook werd de Indonesische ambassadeur zonder voorafgaand overleg met slachtoffers of nabestaanden een prominente rol tijdens de officiële ceremonie toegedeeld. Slachtoffers werden gedegradeerd tot figuranten op hun eigen herdenking.
Met het aantreden van Paul Doop kwam daar een nieuwe verzoeningskoers richting Japan bovenop. Doop verklaarde dat „de tijd voor verzoening met Japan is aangebroken” en sloot toekomstige aanwezigheid van de Japanse ambassadeur bij de Nationale Indiëherdenking niet uit.
Dat ligt bijzonder gevoelig. De Japanse keizer heeft nooit excuses aangeboden aan de Nederlandse slachtoffers van de Japanse bezetting. Tijdens het staatsbezoek van Naruhito sprak hij wel over het blijvende oorlogsleed, maar daadwerkelijke excuses bleven opnieuw uit. Tegelijk woedt in Japan al decennialang controverse over de wijze waarop Japanse agressie en oorlogsmisdaden in geschiedenisboeken en het onderwijs worden behandeld.
Witte discussie
Het Nederlandse perspectief lijkt bij Indië-gerelateerde herdenkingen sowieso steeds meer naar de achtergrond te verdwijnen. En dat is opmerkelijk, want Indische Nederlanders zijn in Nederland bij uitstek de grootste slachtoffergroep uit voormalig Nederlands-Indië.
Toen over deze ontwikkeling eerder grote commotie ontstond zette toenmalig Pelita-directeur Rocky Tuhuteru die weg als een „witte Nederlandse discussie”. Hij vond bovendien dat er discussie moest worden gevoerd over het herdenken van Duitsers en Japanners op 4 mei.
Vier jaar later lijkt die bestuurlijke mentaliteit steeds meer de norm. Herdenkingen worden stukje bij beetje afgebroken, terwijl bestuurders spreken over „verbinding”, „dialoog” en „verzoening”. Nederlandse slachtoffers en nabestaanden worden geacht daarover vooral Indisch te zwijgen.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in voormalig Nederlands-Indië ruim 42.000 Nederlandse militairen door Japan krijgsgevangen gemaakt en ongeveer 100.000 Nederlanders geïnterneerd. Krijgsgevangenen worden ingezet als dwangarbeiders, onder meer aan de beruchte Dodenspoorwegen en vervoerd op de zogenaamde hellships. Vrouwen en meisjes lopen het risico om door de Japanners als seksslavinnen, eufemistisch aangeduid als troostmeisjes, aan het werk te worden gezet.
In totaal zouden er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië naar schatting 25.000 (Indische) Nederlanders in gevangenschap om het leven komen. Hoeveel doden er onder de Buitenkampers vallen is geheel onduidelijk. Ook het aantal doden onder de inheemse bevolking is onbekend. Tijdens de daaropvolgende Bersiap worden nog eens 5.000 tot 30.000 Nederlanders door Indonesiërs vermoord.
Door het geweld en vervolging moesten Indische Nederlanders het voorheen Nederlands overzeese grondgebied gedwongen en soms ook halsoverkop verlaten. Sedertdien leven zij in diaspora. Zo’n 300.000 (Indische) Nederlanders repatrieerden naar hun vaderland. Vandaag de dag leven er naar schatting zo’n 1,5 tot 2 miljoen Indische Nederlanders in Nederland.
Foto: Compilatie FIN, gebaseerd op foto ministerie van Defensie
Hieronder is de Open brief van de Werkgroep Behoud de Indiëherdenking integraal opgenomen:
Aan bestuur SHBSS en ter kennisgeving aan direct gelieerde partijen.
Arnhem, 29 augustus 2026
Geacht bestuur,
Als werkgroep ‘Behoud de Indiëherdenking’ zijn wij diep verontwaardigd over de aanwezigheid van de Japanse ambassadeur tijdens de herdenking van de slachtoffers van de Birma- en Pakan Baroe-spoorwegen op 22 augustus jongstleden.
Dat wij hiervan pas twee dagen tevoren in kennis werden gesteld, ervaren wij als bijzonder kwalijk. Voor meerdere betrokkenen was dit reden om, anders dan in voorgaande jaren, de herdenking niet bij te wonen. Alleen dat gegeven zou u ernstig te denken moeten geven.
Kennelijk onderschat u hoe pijnlijk en confronterend de aanwezigheid van een officiële vertegenwoordiger van Japan voor veel nabestaanden is. Het gaat hier niet om een gewone diplomatieke bijeenkomst, maar om een herdenking van mensen die onder het Japanse bewind zijn mishandeld, vernederd, uitgehongerd, uitgebuit en in veel gevallen de dood zijn ingejaagd. Voor hun families is dat verleden geen abstract hoofdstuk uit de geschiedenis, maar iets dat generaties lang is doorgegeven en nog altijd diepe sporen nalaat.
Juist daarom vinden wij het onbegrijpelijk dat een besluit met een dergelijke emotionele en historische lading zonder brede, zorgvuldige en aantoonbaar representatieve raadpleging van de betrokken gemeenschap is genomen.
Uw verwijzing naar een eigen onderzoek onder nabestaanden overtuigt ons dan ook allerminst. Als werkelijk breed en representatief was onderzocht hoe over deze aanwezigheid wordt gedacht, had u onmogelijk kunnen concluderen dat hier zonder grote bezwaren draagvlak voor bestaat. De reacties die wij zelf ontvangen, laten juist een heel ander beeld zien: verdriet, boosheid, onbegrip en het gevoel dat opnieuw over de hoofden van slachtoffers en nabestaanden heen wordt besloten.
Verzoening kan waardevol zijn, maar verzoening kan nooit worden opgelegd. Zij kan ook niet worden afgedwongen door tijdens een herdenking simpelweg een vertegenwoordiger van de voormalige bezetter uit te nodigen en vervolgens te verwachten dat nabestaanden dat als een vanzelfsprekend gebaar van toenadering beschouwen.
Echte verzoening begint met volledige erkenning van wat slachtoffers is aangedaan, met respect voor hun ervaringen en met de bereidheid om te luisteren naar degenen die de gevolgen daarvan nog altijd met zich meedragen. Wanneer juist die mensen zich door een besluit gepasseerd, gekwetst of zelfs vervreemd voelen van hun eigen herdenking, is er iets fundamenteels misgegaan.
Wij vinden het bijzonder ernstig wanneer een herdenking, die juist een veilige en waardige plaats zou moeten zijn voor herinnering en erkenning, voor nabestaanden een reden wordt om thuis te blijven. Dan raakt de herdenking haar eigen doel voorbij.
Wij verzoeken u daarom niet alleen dringend, maar met de grootst mogelijke nadruk om voor de herdenking van 2027 geen vertegenwoordiger van de Japanse ambassade uit te nodigen zonder dat vooraf een brede, transparante en aantoonbaar representatieve consultatie onder slachtoffers, nabestaanden en betrokken organisaties heeft plaatsgevonden.
Wij verwachten bovendien dat u serieus reflecteert op de wijze waarop dit besluit voor de herdenking van 22 augustus tot stand is gekomen en op de gebrekkige communicatie daarover.
Een herdenking behoort in de eerste plaats toe aan degenen die herdenken. Niet aan bestuurders.
Niet aan diplomatie. En zeker niet aan een streven naar verzoening dat over de gevoelens van nabestaanden heen wordt gelegd.
Wij verzoeken u daarom om vóór toekomstige besluitvorming eerst te luisteren naar de mensen om wie deze herdenking werkelijk draait.
Hoogachtend,
Werkgroep ‘Behoud de Indiëherdenking’
Wat?! Zijn ze gek geworden? Onze ouders draaien zich om. Waar gaat dit heen met dit land? Er is geen respect meer voor onze ouderen.
SHBSS memoreert de aanwezigheid van de heer Rokuichiro Michii bij de Birma-Siam en Pakan Baroe herdenking als een uniek en historisch moment.
Het was zelfs meer dan een bijzonder moment…
Ik citeer uit een bericht van SHBSS: “Binnen ons bestuur wordt al m e e r d e r e j a r e n gesproken over Japanse vertegenwoordiging bij de herdenking”.
Als men daarmee het zorgvuldige proces bedoelt dat hieraan vooraf ging, roept dat vooral vragen op. Alles stond blijkbaar al lang vast; alleen het moment om dit ten tonele te brengen, liet nog op zich wachten.
Berekenend en bovenal respectloos naar de nabestaanden toe. Met de meesten is hier blijkbaar niet over gesproken zoals met “a happy few” uit de eigen achterban. Met wat meer historisch besef, verstand en inlevingsvermogen, had het bestuur kunnen voorzien wat deze uitnodiging zou betekenen, voor degenen voor wie deze herdenking juist is bedoeld.
De aanwezigheid van de Japanse ambassadeur bij deze herdenking is voor velen geen teken van verbinding geweest, maar van pijn en gebrek aan respect. En dan heb ik ‘t niet alleen over de slachtoffers en nabestaanden van de “dodenspoorwegen” maar ook over de nabestaanden van slachtoffers uit Jappenkampen, en van mensen die op een andere manier hebben moeten lijden onder de Japanse wreedheden. Zij vernamen de aanwezigheid van de Japanse ambassadeur via het journaal, sociale media of op een andere manier. Totale verbijstering.
Onbegrijpelijk dat deze koers ten koste van alles is doorgedrukt. Als het bestuur en trawanten verzoening willen, laat ze dat dan doen met het eigen clubje gelijkgestemden, maar gebruik daarvoor geen collectieve herdenking die voor slachtoffers en hun nabestaanden bedoeld is.
Wanneer je alle slachtoffers werkelijk zou herdenken, zou je de slachtoffers van de Bersiap en de Onafhankelijkheidsoorlog ook herdenken.
Uiteindelijk leidde de Soevereiniteitsoverdracht van 27 december 1949 tot gedwongen terugkeer van (Indische) Nederlanders, militairen en oorlogsvrijwilligers naar hun vaderland.
Dit wordt in zijn geheel nog altijd niet herdacht.
En terecht het kan nooit zo zijn dat juist nu vele jongeren posities bekleden in organisatie’s betreft de Indië herdenkingen, kunnen bepalen dat een Indonesische ambassadeur, en nog erger een japanse ambassadeur een krans komt leggen bij een gelegenheid speciaal voor de slachtoffers van de tweede wereldoorlog Nederlands Indië.
Er zijn nog steeds de eerste en de tweede generaties slachtoffers van de verschrikkingen door japan aangedaan, waarvan vele Indische en Molukse slachtoffers nog steeds met trauma’s lopen.
Eerst de verwachtte ERKENNING door de japanse keizer en de ambassadeur uitspreken zwart op wit, en dan verder zien voordat men nu al beslissingen gaat nemen. Ik ben aangesloten bij de werkgroep Behoud Indië Herdenkingen
Goed geformuleerd Bert, Ik ben blij dat ook jij deel uitmaakt van onze werkgroep.