26 juli 1950 – Ontbinding KNIL

DEN HAAG (26 juli 2021) – Het is vandaag precies 71 jaar geleden dat het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) werd ontbonden. Het KNIL was actief tussen 1814 en 1950 in voormalig Nederlands-Indië en kende een zeer gemêleerde samenstelling. Naast (Indische) Nederlanders namen vooral inheemse militairen dienst, waaronder een grote groep Molukkers.

Het KNIL, dat aanvankelijk onderdeel was van het Nederlandse leger, ontwikkelde zich in de jaren 1820-1830 tot een zelfstandig functionerende troepenmacht. Het leger bestond voor vrijwel honderd procent uit beroepsmilitairen en werd aangestuurd vanuit het Ministerie van Koloniën in Den Haag. Op 26 juli 1950 werd het KNIL officieel ontbonden, mede als gevolg van de soevereiniteitsoverdracht eind 1949 van Nederland aan Indonesië. Een deel van de militairen kon hun loopbaan vervolgen bij de Koninklijke Landmacht. Het Molukse smaldeel kende een ander lot. Zij werden op dienstbevel naar Nederland verscheept, alwaar zij werden ontslagen en in barakken werden ondergebracht.

Tussen 1947 en 1949 werden 60.000 KNIL-militairen, samen met 140.000 militairen uit Nederland, grootschalig ingezet om de “rust en orde te herstellen” in het toenmalig Nederlands-Indië. Tijdens deze ‘Politionele Acties’ sneuvelen naar schatting 4.751 militairen. De militaire inzet kwam pas na de Bersiap, dat Maleis is voor “Wees paraat” of “Geef acht!”. Het is de strijdkreet van Indonesische (para)militaire organisaties en bendes, die vrijwel direct na de capitulatie van Japan dood en verderf zaaiden onder met name niet-Indonesiërs in voormalig Nederlands-Indië. Gedurende deze uiterst gewelddadige periode hebben Indonesiërs naar schatting tussen de 5.000 en 30.000 (Indische) Nederlanders vermoord.

Het KNIL ligt momenteel onder een vergrootglas, omdat het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies een groot onderzoek afronden naar het Nederlandse militaire optreden tussen 1945-1949 in toenmalig Nederlands-Indië. Volgens critici is het onderzoek partijdig en bevooroordeeld. Zij wijzen onder andere op uitlatingen van de historicus Rémy Limpach, die beweerde dat “racisme zit in het DNA van KNIL-officieren”. Volgens het NIOD, dat het onderzoek coördineert, zou de bewering van Limpach niet-letterlijk moeten worden genomen.

Tags: KNILRémy Limpach.

4 gedachten over “26 juli 1950 – Ontbinding KNIL”

  1. Het zijn gewoon walgelijke uitlatingen van de zolderkamergeleerde Limpach. Hij zou zich voor de strafrechter moeten verantwoorden met dit theater

  2. Na de overdracht door Nederland van Nederlands-Indie aan de Indonesische regering, dat op 27 december 1949 plaats vond, zaten de Officieren, Onderofficieren en Manschappen van het KNIL in Jakarta te wachten op wat er met hun toekomst ging gebeuren. Allerlei geruchten deden de ronde. Door alle verhalen en geruchten die toen in omloop waren gingen ook de luikjes bij de soldaten open. Wat ging er met ons gebeuren?
    Eerst zagen we het naar Nederland vertrekkend kader. Velen hadden een staffunctie. Vooral ook Indo’s die bij de Inlichtingendienst en Militaire Politie zaten.
    Wij zelf, een paar korporaals en soldaten, dachten dat wij wel ontslagen zouden worden. Zolang er niets gebeurde waren we als hulpjes ingedeeld voor de opvang van Europese KNIL troepen die uit de buitengewesten toestroomden, vaak met vrouw en kinderen. We deden gewoon koelie werk.
    Intussen hadden we nog met blote handen spontaan een aanval uitgevoerd op een TNI post die lukraak in de omgeving schoot. Hun ontwapend en hun buitgemaakte wapens in onze legering verstopt.
    Wij zagen onze Officieren en Onderofficieren naar Holland vertrekken en wij minderen zaten op een kluitje, echt waar, LOL te schoppen.
    Totdat wij uitgenodigd werden, om naar het Paleis te komen en onze bestemming kregen te horen. En daar zaten wij en hoorden van Totok Officieren, een man of 5, dat wij beter over kunnen stappen naar de TNI. En nu komt het, omdat wij en onze vrouwen en kinderen zich niet kunnen aanpassen in Nederland wat betreft het werk, taal en eten. Kortom wij waren niet WELKOM IN NEDERLAND!
    Wij waren overdonderd en na enkele vragen uit het publiek kwam ook de vraag en NW. Guinea dan?
    Wederom kregen wij het zelfde antwoord en werden de vragen op onze gezinnen afgewenteld. En toen sprongen wij als één man naar voren en sloegen die Totoks in elkaar en braken de zaal af.
    Op eens sprong ergens vandaan een Officier, Kolonel Luchtsincher tussen ons (heel dapper) en riep: “Jullie gaan naar NW. Guinea!”
    Informatie verkregen van KNIL’er Keller uit Arnhem.

  3. 1. De bewering van Limpach over het racisme in het DNA van KNIL-officieren is een merkwaardige. Onderscheid naar ras leek mij gemeengoed bij de maatschappij in het voormalige NOI. Onderscheid naar afkomst, geloof en andere hokjesachtige etiketteringen zijn ook nu nog niet verdwenen in onze maatschappij. Met de ogen van nu kijken naar vroeger is gemakkelijk, maar dat is een ander e kijk dan toen men in die tijd leefde.
    Dus wat betekent zijn (van RL) uitspraak eigenlijk, wat wil hij er mee zeggen.
    2. Het NIOD brengt een nuancering aan die nietszeggend is, racisme is geen DNA gebonden eigenschap, het is pseudoerfelijk, dus de nuancering is een dooddoener.
    3. Limpach zelf reageert niet, dus die houdt zich bij zijn standpunt?!.
    4. Limpach diskwalificeert zz als onderzoeker met zijn uitspraak., hij spreekt denk ik, als iemand die door ‘witte’ Nederlanders is gediscrimineerd.

    1. Het is gewoon waar. De kolonie was een narcistische wereld. Wat betreft de kritiek op de uitspraak van Rémy Limpach over het DNA, zegt het NIOD dat de uitspraak niet letterlijk genomen moet worden. “Zoals Limpach aangeeft in het interview en onderbouwt in zijn boek, was racisme (in de zin van een diep verankerd superioriteitsdenken) een vast component van het koloniale stelsel, waar het KNIL onderdeel van was”. (Bron: NRC) Mijn vader was ook een Kniller (in de de rang van sergeant, onderofficier). Hij werd vanwege de dienstplicht in 1933 op 19-jarige leeftijd ingelijfd bij het KNIL. Hij was de oudste zoon in een gezin van elf kinderen. Volgens zeggen was hij burger-militair, want hij zat niet in de frontlinie, maar bij de technische dienst van de Indische militaire luchtmacht. Later ging hij over naar de Indonesische militaire luchtvaart (AURI, Angkatan Udura Republik Indonesia, de luchtmacht van de nieuwe staat.). De Indonesische Luchtmacht werd onofficieel opgericht direct na de onafhankelijkheidsverklaring van Nederland in augustus 1945. Officieel viert ze zelf de oprichtingsdatum op 9 april 1946. Na de definitieve onafhankelijkheid in 1950 werd haar luchtvloot aangevuld met vliegtuigen van het ML-KNIL de Nederlandse Luchtmacht, zoals Mustangs en DC-3’s. In 1958 moest mijn vader vanwege Zwarte Sinterklaas met zijn gezin het land verlaten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.