Nieuwe commissie moet kennis over Nederlands-Indië vergroten

DEN HAAG (26 oktober 2021) – Demissionair-staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) heeft een nieuwe commissie in het leven geroepen, die het educatieve aanbod over de geschiedenis van het voormalige Nederlands-Indië moet verbeteren. De commissie staat onder leiding van oud-minister Jet Bussemaker (PvdA). Dat maakte Blokhuis gisteren bekend. De plannen zijn opmerkelijk, omdat zijn ministerie eerder juist nog een omstreden lespakket over dit deel van de Nederlandse geschiedenis financierde.

Volgens Blokhuis is het belangrijk dat de kennis van de geschiedenis van Nederlands-Indië wordt versterkt. Om dit doel te bereiken is de commissie ‘Versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië’ in het leven geroepen. De commissie zal de komende jaren adviseren hoe het educatieve aanbod binnen en buiten het onderwijs kan worden verbeterd. “De geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië is een belangrijk onderdeel van de Nederlands geschiedenis. Het is daarom goed dat deze geschiedenis binnen scholen, maar zeker ook daarbuiten, voor zoveel mogelijk mensen tot leven wordt gebracht” aldus Blokhuis bij zijn presentatie. Naast de commissie kondigde Blokhuis ook aan meer geld beschikbaar te stellen voor onder andere erfgoed en zorg. Vanaf 2023 gaat het in totaal om 1,7 miljoen euro, die structureel beschikbaar wordt gesteld.

De plannen zijn onderdeel van de zogenoemde collectieve erkenning van Indisch Nederland. Deze regeling ligt onder veel Indische Nederlanders om uiteenlopende redenen gevoelig. Onder andere het Indisch Platform 2.0 reageerde eerder al woedend, omdat de plannen bedoeld zouden zijn als een “afkoop van salarissen en claims die nog open staan”. Daarmee wordt gedoeld op onder meer de Backpay, die gaat over niet-betaalde salarissen van voormalig KNIL-militairen en andere ambtenaren voor hun dienstperiode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook weblog Indisch4Ever liet zich niet onbetuigd en repte zelfs over een “koloniale mentaliteit”. De onvrede nam verder toe toen bleek dat de regeling zelfs werd aangewend voor de ontwikkeling van een omstreden lespakket bij de controversiële film De Oost. Na kamervragen liet Blokhuis toen nog weten daarin weinig problemen te zien.

Tags: Paul Blokhuis, Jet Bussemaker.

8 gedachten over “Nieuwe commissie moet kennis over Nederlands-Indië vergroten”

  1. Het is mooi dat demissionair staatssecretaris Blokhuis tot inzicht is gekomen dat de geschiedenis van Nederlands Indie meer aandacht verdient, zeker op scholen. Daar heeft onze organisatie Bersiap Compensatie al herhaalde malen voor gepleit.
    Om recht te doen aan het perspektief van Indische Nederlanders, is het logischer om 20 miljoen terug te geven aan de Indische Nederlanders.
    Molukkers, Chinezen, behoorden inderdaad tot de kolonie Nederlands Indie, maar toch niet tot de Indische gemeenschap. Of wil Blokhuis zeggen dat Indonesiers ook de Indische gemeenschap horen omdat zij ook in Nederlands Indie woonden ?
    Het kabinet, nu en straks, zou er beter aan doen om de Bersiap slachtoffers en nabestaanden, elk 25.000 of 15.000 euro te geven. Dezelfde compensatie die dit kabinet ook geeft aan andere slachtoffers en nabestaanden. Rawagedeh, Sbrenica. Want ook de Indo’s werden niet beschermd door Nederland en verloren familie, huis en land, door moord en gerampok.

  2. Dit wordt betaald met geld dat bedoeld was/is voor het werk van onze ouders. Salaris heet dat. De Indische gemeenschap zit helemaal niet te wachten op een collectieve erkenning, maar gewoon op uitbetaling van hun salaris. Stop met het draaien om de hete brei Blokhuis.

  3. Wat lees ik nu? Hoe is het mogelijk dat de collectieve erkenning is aangewend voor een anti-Indische film en bijbehorende lespakket?

  4. Op Rijksoverheid lees ik “de Indische gemeenschap. Hiermee wordt iedereen bedoeld die een geschiedenis heeft met voormalig Nederlands-Indië.”

    Dat is wel heel erg ruim. Naast Indische Nederlanders bestaat de Indische gemeenschap voor onze overheid dus ook uit de niet-Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indië. Dat zijn dus ook Chinezen, Indonesiërs, Molukkers, Papoea’s etc met banden in het voormalig Nederlands-Indië.

    Helpt het om al deze groepen nu opeens onder de ‘Indische gemeenschap’ te scharen? Doet men hiermee de verschillende gemeenschappen recht? Wordt hierdoor niet onnodig nog meer onduidelijkheid geschept bij de Nederlandse bevolking?

    Wanneer men het in het dagelijkse spraakgebruik over dé Indische gemeenschap heeft, dan wordt daarmee per slot van rekening traditioneel gedoeld op de grote groep Indische Nederlanders die vanaf 1945 naar Nederland repatrieerden.

    Dat waren, de naam zegt het al, Nederlanders. Sommige van ons waren misschien getint, maar we waren en zijn Nederlanders. Velen van ons zijn gemengd, maar we hebben Nederlandse, of andere Europese voorouders, een Nederlandse geschiedenis en identiteit, werden Nederlands opgevoed, spraken de Nederlandse taal, woonden in een – weliswaar koloniale, maar – Nederlandse samenleving, etc etc.

    Indische Nederlanders zijn dus heel iets anders dan Indonesische Nederlanders, Molukse Nederlanders, Indo-Chinese Nederlanders etc etc. Waarom al die groepen dan nu opeens op één hoop gooien? Wat wordt daarmee eigenlijk collectief erkend?

    Vroeger, toen mijn ouders naar hun vaderland repatrieerden, werden wij Indische Nederlanders door de onwetende blanda onterecht voor buitenlanders aangezien.
    Ten tijde van de Molukse kapingen en gijzelingen werden we onterecht voor Molukkers aangezien.
    Anno 2021 denken veel mensen nog steeds onterecht dat wij een soort van Indonesische Nederlanders zijn.

    En nu zegt een staatssecretaris dat hij ons “collectief” wil erkennen. Tegelijkertijd zegt hij dat onze achtergrond, identiteit, geschiedenis etc eigenlijk hetzelfde is als die van niet-Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indië. Wat is deze zogenaamde collectieve erkenning dan eigenlijk waard?

    Ruim 75 jaar na het einde van het ons zo geliefde Indië worden we nog steeds niet aangezien voor wie wij zijn: Nederlanders. En dan te bedenken dat mensen vanuit alle windstreken tegenwoordig gewoon ‘Nederlanders’ moeten worden genoemd. En o wee als je er wat van zegt. Dan heet je een racist te zijn.

    Maar de enige groep die nu al jaren ongestraft mag worden gediscrimineerd zijn Indische Nederlanders. Misschien kan de staatssecretaris aangeven wat wij moeten doen voordat wij eindelijk gewoon als Nederlanders collectief worden erkend.

  5. Blokhuis heeft er de ballen verstand van. Indische NEDERLANDERS zijn Nederlanders. En dan een commissie instellen om de kennis te vergroten. Laat hij aub bij zichzelf beginnen.

  6. Waarom heet deze regeling eigenlijk “collectieve erkenning Indisch en Moluks Nederland”? Ik wist niet dat er zoiets bestond als Moluks Nederland. Molukkers ken ik wel. Indische Nederlanders ken ik ook. Het is ongetwijfeld allemaal erg ingewikkeld, maar waarom wordt hier getracht om Indische Nederlanders en Molukkers onder een noemer te voegen? Het zijn toch echt geheel verschillende bevolkingsgroepen, met een eigen geschiedenis en cultuur. De enige overeenkomst is dat ze Indische Nederlanders en Molukkers allebei in Nederlands-Indië hebben gewoond. Maar om ze op deze wijze samen “collectief” te “erkennen”, dan sla je de plank toch behoorlijk mis. Indische Nederlanders zijn Nederlanders en Molukkers zijn Molukkers. Simpel als dat. Maar om nu net te doen alsof Molukkers ook een soort van Indische Nederlanders zijn raakt kant noch wal. Het is net alsof ze in China een typisch stukje Holland willen nabouwen, maar dan de Schilderswijk anno 2021 als model nemen. We weten allemaal dat er dan iets niet klopt. Gebrek aan kennis is er inderdaad, maar wordt dat weggenomen door nog meer mist te creëren? Blokhuis zou er goed aan doen om een commissie aan te stellen voor ons (Indische) Nederlanders en een voor de Molukkers. Dan pas kan er sprake zijn van erkenning. Wat er nu gebeurt is gewoon ontkenning van onze identiteit, afkomst, geschiedenis en cultuur. Een valse start dus.

  7. Het zou toch goed zijn wanneer de geschiedenis eens terugging tot de VOC/WIC-tijd en de rol van onze overheid, die zoals Multatuli al aangaf zeer gericht was op handel en macht. Nederlands-Indië werd op een zeker moment bezit/kolonie van Nederland. In WO II verloren Nederland en Japan beiden Nederlands-Indië en werd Nederlands-Indië zelfstandig de Republik Indonesia.

    Nederland sloot angstvallig het hoofdstuk Nederlands-Indië, hief het KNIL op, liet met moeite de Indische Nederlanders naar Nederland terugkeren, stopte geld van Indonesië bedoeld voor de oorlogsslachtoffers in de wederopbouw van Nederland, sloot een deal met Indonesië over de Molukken die niet voor tijdelijk maar voor permanent in NL moesten blijven en verzuimde uiteindelijk de KNIL-militairen hun achterstallige salaris over die oorlogstijd nog te betalen. Een collectieve erkenning gedeeltelijk gefinancierd vanuit een regeling van 2015 moet de herinnering aan Nederlands-Indië levend houden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.