DEN HAAG (17 juni 2026) – De zeer omstreden kranslegging door de Japanse keizer Naruhito bij het Nationaal Monument op de Dam heeft onder Indische Nederlanders geleid tot woede. Veel Indische Nederlanders ervaren de kranslegging als een grove provocatie richting slachtoffers en hun nabestaanden van het Japanse schrikbewind tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Ondanks verzet van diverse belangenorganisaties ging de omstreden ceremonie woensdagmorgen onverminderd door. De Japanse keizer legde samen met Koning Willem-Alexander een krans bij het monument, dat een monument is voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Juist dat maakt de ceremonie voor veel Indische Nederlanders onverteerbaar.
Japan heeft nooit expliciet en zonder voorbehoud excuses aangeboden aan de Nederlandse slachtoffers van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië. In Japan wordt deze geschiedenis nog altijd gerelativeerd, gebagatelliseerd en ontkend. Naruhito is bovendien de kleinzoon van voormalig keizer Hirohito, onder wiens bewind Japan verantwoordelijk was voor grootschalige oorlogsmisdaden in Azië en de bezetting van voormalig Nederlands-Indië.
Voor veel overlevenden en nabestaanden voelt het daarom als een wrange en pijnlijke boodschap dat de vertegenwoordiger van het land dat verantwoordelijk was voor het leed van honderdduizenden Nederlanders zonder excuses een krans mag leggen bij een monument dat mede aan hun dierbaren is gewijd.
Tijdens de ceremonie hielden verschillende organisaties van oorlogsslachtoffers en nabestaanden een stil protest. Onder meer het Indisch Platform, Indisch Platform 2.0, Stichting Japanse Ereschulden (JES) en Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp vroegen aandacht voor het uitblijven van erkenning en excuses.
De kranslegging leidt niet alleen tot kritiek op Japan, maar ook op de Nederlandse regering en het Koninklijk Huis. Deze zouden te weinig oog hebben voor hun eigen bevolking. Onder Indische Nederlanders bestaat al langer grote teleurstelling over hoe de Nederlandse regering stelselmatig hun belangen met voeten treedt.
“Deze kranslegging had nooit mogen plaatsvinden. Voor veel slachtoffers voelt dit opnieuw als een klap in het gezicht” aldus FIN-interim-voorzitter Micha’el Lentze.
De verontwaardiging is des te groter, omdat de Nederlandse overheid de afgelopen jaren herhaaldelijk excuses heeft aangeboden voor het eigen handelen in het verleden, terwijl van Japan en/of Indonesië geen vergelijkbare verantwoordelijkheid wordt gevraagd voor de misdaden die zij tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben en de daaropvolgende Bersiap hebben gepleegd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in voormalig Nederlands-Indië ruim 42.000 Nederlandse militairen door Japan krijgsgevangen gemaakt en ongeveer 100.000 Nederlanders geïnterneerd. Krijgsgevangenen worden ingezet als dwangarbeiders, onder meer aan de beruchte Dodenspoorwegen en vervoerd op de zogenaamde hellships. Vrouwen en meisjes lopen het risico om door de Japanners als seksslavinnen, eufemistisch aangeduid als troostmeisjes, aan het werk te worden gezet.
In totaal zouden er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië naar schatting 25.000 (Indische) Nederlanders in gevangenschap om het leven komen. Hoeveel doden er onder de Buitenkampers vallen is geheel onduidelijk. Ook het aantal doden onder de inheemse bevolking is onbekend.