DEN HAAG (29 juni 2026) – Wie dacht dat met het vertrek van Thom de Graaf de rust rond de Indiëherdenking zou terugkeren, komt bedrogen uit. Nog geen jaar na zijn aantreden heeft de nieuwe voorzitter van de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945, Paul Doop, een ontluisterend visitekaartje afgegeven. In een interview met NRC pleit hij voor “verzoening” met Japan en sluit hij de aanwezigheid van de Japanse ambassadeur tijdens de Nationale Herdenking op 15 augustus niet uit. Onder Indische Nederlanders wordt met verbijstering gereageerd.
Doop blijkt niet van plan afstand te nemen van de omstreden koers die de herdenkingsorganisatie de afgelopen jaren heeft ingezet. Integendeel: volgens Doop is “de tijd voor verzoening met Japan aangebroken”. Hij zegt “niets uit te sluiten” als het gaat om een eventuele aanwezigheid van de Japanse ambassadeur tijdens de nationale herdenking, waarop traditioneel de capitulatie van Japan en het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht. Voor veel Indische Nederlanders zijn de uitspraken van Doop onbegrijpelijk, kwetsend en ronduit schokkend.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in voormalig Nederlands-Indië ruim 42.000 Nederlandse militairen door Japan krijgsgevangen gemaakt en ongeveer 100.000 Nederlanders geïnterneerd. Krijgsgevangenen worden ingezet als dwangarbeiders, onder meer aan de beruchte Dodenspoorwegen en vervoerd op de zogenaamde hellships. Vrouwen en meisjes lopen het risico om door de Japanners als seksslavinnen, eufemistisch aangeduid als troostmeisjes, aan het werk te worden gezet. In totaal zouden er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië naar schatting 25.000 (Indische) Nederlanders in gevangenschap om het leven komen. Hoeveel doden er onder de Buitenkampers vallen is geheel onduidelijk. Ook het aantal doden onder de inheemse bevolking is onbekend.
Doop ontmoette vorige week de Japanse keizer Naruhito tijdens diens zeer omstreden staatsbezoek aan Nederland. Volgens Doop sprak de keizer zijn medeleven uit over het verdriet dat nog altijd bestaat over de Tweede Wereldoorlog. Voor Doop lijkt een kort persoonlijk onderhoud met de Japanse keizer voldoende om ondanks decennia van onverwerkt leed te pleiten voor verzoening met Japan.
Daarmee gaat Doop volledig voorbij aan het feit dat Japan nooit expliciet en zonder voorbehoud excuses heeft aangeboden aan de Nederlandse slachtoffers van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië. Ook lijkt hij te negeren dat oorlogsmisdaden van het Japanse keizerrijk in Japan tot op de dag van vandaag worden gerelativeerd, gebagatelliseerd en soms zelfs ontkend.
Voor veel overlevenden en nabestaanden klinkt een oproep tot verzoening zonder volledige erkenning en excuses daarom niet als een gebaar van verbinding, maar als een nieuwe vernedering.
De uitspraken van Doop passen in een langere reeks controverses rond de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945.
Onder voormalig voorzitter Thom de Graaf verindonesiseerde de herdenking in rap tempo. In 2022 ontstond grote maatschappelijke onrust nadat de Indonesische ambassadeur een steeds prominentere rol kreeg tijdens de Nationale Herdenking. Ook verspreidde de herdenkingsorganisatie omstreden Indonesische complottheorieën, werden traditionele onderdelen van de herdenking geschrapt en groeide het gevoel onder Indische Nederlanders dat hun eigen herdenking hen steeds meer werd afgepakt.
Dat de nieuwe voorzitter nu opnieuw pleit voor verzoening zonder excuses en bovendien de aanwezigheid van de Japanse ambassadeur niet uitsluit, bevestigt voor veel Indische Nederlanders dat de herdenkingsorganisatie steeds verder is losgezongen van de slachtoffers en nabestaanden voor wie de Nationale Herdenking eigenlijk is bedoeld.
Lees het bizarre interview met Thom de Graaf in AD
Foto: Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945/Patricia Steur
Schaamteloze zak!
Hier past één woord: Aftreden. Wat denkt deze man wel niet?
Is meneer Doop vergeten wat Hirohito met zijn kornuiten heeft uitgevreten in vml. Nederlands Indië?
In zijn plaats zou ik toch, namens de Indische Nederlanders eerst excuses eisen voor wat de Jappen hebben aangericht.
Dood en verderf hebben ze gezaaid en dan de keizerlijke opvolger een verzoening aanbieden?
Dat kun je de Indische Nederlanders niet aandoen, nu niet, nooit niet!!!
Mijn moeder heeft met haar moeder,broers en zusjes in een Japans interneringskamp gezeten, ze heeft gezien hoe haar broer recht voor haar ogen werd vermoord… door diezelfde Japanners, dat is onverzoenbaar. Ze heeft het er jaren moeilijk mee gehad, er werd nooit over gesproken…Ze is, ook na die jaren, geestelijk kapot gegaan aan die gebeurtenissen die in die tijd afgespeeld hebben. (Dan heb ik het nog niet eens over de overgang van Ned.Indie naar de Republiek Indonesië, dat was evenzo erg…)
Het woord “verzoening” is zeker niet het juiste woord, maar een klap met de vlakke hand in het gezicht van de Indische Nederlanders en hun nakomelingen!
Het woord “verzoening” impliceert verzachting/vergeven, maar dan wel voor de Japanse keizerlijke opvolging en NIET voor de Indische Nederlanders en diens nakomelingen…
“Soedah lamaar…”
Dat dacht ik niet!!!!!
Absoluut verkeerd signaal. Toenadering prima maar wel onder voorwaarden.
Vergeven, verbroederen… Zeker . VERGETEN nooit.
En de “andere” kant( en) mogen ook stappen zetten ( Japan ( niet de keizer) en Indonesië).
Verzoening vraagt eerst om waarheid
Het staatsbezoek van keizer Naruhito en keizerin Masako van 15 t/m werd gepresenteerd als een historisch moment. De beelden van de kranslegging op de Dam waren plechtig en zorgvuldig geregisseerd.
Onze koning sprak over het belang van verhalen blijven delen; de keizer sprak over verdriet dat voortduurt. Het waren woorden die oprecht klonken.
Toch bleef er iets fundamenteels onuitgesproken.
De Indische gemeenschap — ruim twee miljoen Nederlanders — was tijdens de kranslegging niet zichtbaar aanwezig. Volgens protocol verbleven wij in Hotel Krasnapolsky, op een paar meter afstand van het monument, maar buiten beeld. Het is een detail dat veel zegt: het verleden mag herdacht worden, maar niet te nadrukkelijk.
Officieel stond het staatsbezoek in het teken van 426 jaar handelsbetrekkingen. De diplomatieke continuïteit kreeg de nadruk; de morele breuklijn van 1942–1945 werd slechts zijdelings benoemd. Terwijl juist die breuklijn nog altijd voelbaar is.
Ik moest terugdenken aan oktober 1971, toen mijn vader en ik met Wim Kan protesteerden tegen het bezoek van keizer Hirohito. Kan zong toen: “Er leven haast geen mensen meer”.
Het was een waarschuwing. Nu is het bijna een constatering. De generatie die het meemaakte is vrijwel verdwenen, maar het gesprek over rechtsherstel blijft steken in beleefde diplomatie.
In de weken rond het staatsbezoek klonk steeds vaker het woord verzoening. Maar verzoening is geen ritueel dat volgt op een kranslegging.
Het vraagt om waarheid, verantwoordelijkheid en een vorm van herstel — hoe laat dan ook.
Zonder die voorwaarden blijft verzoening een lege belofte, een morele last die bij de nazaten wordt neergelegd.
Het staatsbezoek liet zien dat er beweging is in taal en symboliek. Maar het liet ook zien wat er ontbreekt.
De vraag die dan overblijft is eenvoudig en ongemakkelijk:
Hoe kunnen we spreken over verzoening, zolang de geschiedenis zelf nog wacht op haar eigen afhandeling?
Léon Algra
Auteur van Verborgen kracht
en De kunst van het loslaten