DEN HAAG (14 augustus 2026) – Tot afgrijzen van veel slachtoffers en nabestaanden verindonesiseerde de Indiëherdenking de afgelopen jaren. Het gevoel dat hún herdenking hun steeds verder wordt afgepakt, groeit. Met het vertrek van de omstreden oud-voorzitter Thom de Graaf ontstond kortstondig hoop op rehabilitatie, maar zijn opvolger Paul Doop heeft ieder optimisme daarover inmiddels de grond in geboord. Slachtoffers lijken te zijn gedegradeerd tot figuranten op hun eigen herdenking, wier leed vooral telt als het de ideologische koers van het bestuur ondersteunt.
Dat er überhaupt een volwaardige Nationale Indiëherdenking komt, is allerminst vanzelfsprekend. Terwijl Nederland vanaf de oorlogsjaren uitgebreid stilstaat bij de slachtoffers van de Duitse bezetting, blijft het Nederlandse oorlogsleed in Azië lange tijd onderbelicht.
Pas op 15 augustus 1970, precies 25 jaar na de capitulatie van Japan, vindt in Den Haag de eerste grootschalige herdenking plaats. Ruim 10.000 mensen zijn daarbij aanwezig. De bijeenkomst is aanvankelijk zelfs bedoeld als eenmalige herdenking.
Tien jaar later krijgt de herdenking een structureel karakter. In 1980 wordt de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 opgericht en wordt voortaan jaarlijks herdacht.
Een eigen nationaal monument laat nog langer op zich wachten. Pas op 15 augustus 1988, maar liefst 43 jaar na de Japanse capitulatie, onthult koningin Beatrix het Indisch Monument in Den Haag. Vanaf dat moment vindt daar jaarlijks de Nationale Herdenking plaats.
De erkenning komt dus laat. Juist daarom heeft 15 augustus voor veel Indische Nederlanders zo’n bijzondere betekenis. Het is een herdenking waarvoor de Indische gemeenschap decennialang zelf heeft moeten strijden. Een plek waar slachtoffers, nabestaanden en hun families eindelijk gezamenlijk het leed kunnen herdenken dat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië en elders in Azië voltrekt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in voormalig Nederlands-Indië ruim 42.000 Nederlandse militairen door Japan krijgsgevangen gemaakt en ongeveer 100.000 Nederlanders geïnterneerd. Krijgsgevangenen worden ingezet als dwangarbeiders, onder meer aan de beruchte Dodenspoorwegen en vervoerd op de zogenaamde hellships. Vrouwen en meisjes lopen het risico om door de Japanners als seksslavinnen, eufemistisch aangeduid als troostmeisjes, aan het werk te worden gezet.
In totaal zouden er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië naar schatting 25.000 (Indische) Nederlanders in gevangenschap om het leven komen. Hoeveel doden er onder de Buitenkampers vallen is geheel onduidelijk. Ook het aantal doden onder de inheemse bevolking is onbekend.
Des te wranger is wat er de afgelopen jaren met de Nationale Indiëherdenking gebeurt.
Activisten krijgen hun zin
Een dieptepunt vindt plaats in augustus 2020. Daags voor de Nationale Indiëherdenking wordt het Indisch Monument beklad met beledigende en racistische leuzen. De Indonesische actiegroep Aliansi Merah Putih eist de bekladding op.
In de jaren daarna gebeurt iets opmerkelijks. In plaats van pal te blijven staan voor het oorspronkelijke Nederlandse karakter van de herdenking, begint de herdenkingsorganisatie steeds verder mee te bewegen met een antikoloniaal en Indonesisch perspectief op het Nederlandse verleden.
Onder het voorzitterschap van D66-coryfee Thom de Graaf komt deze ontwikkeling in een stroomversnelling. De herdenking verindonesiseert onder zijn leiding in rap tempo.
In 2022 ontstaat grote maatschappelijke onrust nadat het bestuur besluit de Indonesische ambassadeur een veel prominentere rol tijdens de Nationale Herdenking te geven. De ambassadeur mag direct na de Nederlandse minister-president een bloemstuk leggen. Voor slachtoffers en nabestaanden zeer pijnlijk, omdat zij zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als de daaropvolgende Bersiap zwaar hebben geleden onder Indonesische terreur. Ook heeft Indonesië nooit erkend laat staan excuses aangeboden voor wat voorlopers en prominente figuren voor misdaden hebben begaan. Sterker: in Indonesië worden Indonesische oorlogsmisdaden en -misdadigers gewoon gevierd.
Slachtoffers en nabestaanden worden bij dergelijke ingrijpende koerswijzigingen niet geraadpleegd. Het bestuur beslist, de gemeenschap mag vervolgens toekijken.
Tradities verdwijnen
Daar blijft het niet bij. Ook traditionele Nederlandse en militaire elementen komen onder druk te staan. De vaandelwacht van het Regiment Van Heutsz verdwijnt uit de herdenking. De organisatie verspreidt bovendien een omstreden Indonesische complottheorie en iedere expliciete verwijzing naar met Japan collaborerende Indonesiërs blijf tijdens herdenkingen achterwege.
Het patroon wordt steeds moeilijker te negeren. Terwijl traditionele Nederlandse elementen verdwijnen of naar de achtergrond worden gedrongen, krijgt het Indonesische perspectief steeds nadrukkelijker een plaats binnen de herdenking.
Daarbij wordt voortdurend gesproken over slachtoffers en nabestaanden, maar juist die groep lijkt nauwelijks daadwerkelijk zeggenschap te hebben over de koers van de herdenking.
Er wordt wel geluisterd, maar vooral naar een kleine kring van mensen en organisaties die zich kunnen vinden in de nieuwe koers. Daarmee verworden de emoties en persoonlijke geschiedenissen van een selecte groep slachtoffers en nabestaanden gebruikt om een ideologische koerswijziging van legitimiteit te voorzien.
De Graaf weg, maar zijn koers blijft
In 2025 vertrekt Thom de Graaf. Daarmee komt een einde aan een uiterst omstreden voorzitterschap.
Even lijkt er ruimte te ontstaan voor herstel. Een nieuwe voorzitter kan de banden met slachtoffers en nabestaanden herstellen, verdwenen tradities opnieuw tegen het licht houden en het Nederlandse karakter van de herdenking weer centraal stellen.
Maar Paul Doop geeft al kort na zijn aantreden een ontluisterend visitekaartje af.
Na een ontmoeting met de Japanse keizer Naruhito verklaart Doop dat de tijd voor “verzoening” met Japan is aangebroken. Wanneer hem vervolgens wordt gevraagd of in de toekomst ook de Japanse ambassadeur bij de Nationale Herdenking aanwezig kan zijn, zegt de nieuwe voorzitter niets uit te sluiten.
Slachtoffers en nabestaanden reageren onthutst.
Op 15 augustus herdenkt Nederland immers het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië en daarmee de capitulatie van uitgerekend Japan. Het is het Japanse keizerrijk dat Nederlands-Indië binnenvalt, Nederlandse militairen krijgsgevangen maakt, burgers interneert, mannen als dwangarbeider inzet en vrouwen tot seksuele slavernij dwingt.
En uitgerekend de voorzitter van de organisatie die de slachtoffers daarvan behoort te herdenken, begint kort na zijn aantreden over verzoening en zet de deur alvast op een kier voor de officiële vertegenwoordiger van Japan.
Wat gebeurt er na morgen?
Misschien zit de Japanse ambassadeur morgen nog niet bij de herdenking. Maar de veel belangrijkere vraag is inmiddels wat er onder Doop de komende jaren gaat gebeuren.
Wordt de Japanse ambassadeur alsnog onderdeel van de officiële ceremonie?
Keren verdwenen tradities terug?
Krijgt het Regiment Van Heutsz zijn oorspronkelijke plaats terug?
Wordt gestopt met het steeds verder verindonesiseren van een Nederlandse herdenking?
En vooral: krijgen slachtoffers en nabestaanden eindelijk daadwerkelijk zeggenschap over de toekomst van hún herdenking?
Dat zijn vragen die na de controverses van de afgelopen jaren urgenter dan ooit zijn.
Foto: Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945.